De zomer – voor zover we er een hebben gehad – ligt echt wel achter ons, tijd om een overzicht van wat er is gepasseerd:

Pereira verklaart (Antonio Tabucchi): heel aangenaam om te lezen. Speelt zich af in de (begin)jaren van de dictatuur in Portugal. De hoofdrolspeler staat ver van de politiek & actualiteit, maar komt er uiteindelijk toch in aanraking mee. En besluit uiteindelijk te doen wat hij kan.

Slaap! (Annelies verbeke): Leuk, zeker voor op vakantie. Blijft niet echt hangen, maar zeker ook niet slecht

De Delta Deceptie (Dan Brown): er wordt nogal neergekeken op Dan Brown, maar zijn boek is wat het is – een goede page turner. Er komt uiteraard veel spitstechnologie aan te pas (die de indruk geeft dat de schrijver zijn huiswerk heeft gemaakt), redelijk wat wetenswaardigheden (in dit geval over leven in de zee, en over meteorieten), de onvermijdelijke romance en een bont allegaartje van personages – de een al wat karikaturaler voorgesteld dan de ander (en waarbij je dus weet: als ze niet sympathiek zijn, is de kans klein dat ze het einde van het boek halen). Soit, perfecte vakantielectuur.

Z17 (Jef Geeraerts): duidelijk niet zijn beste werk in politiekringen, maar kan er mee door. Het helpt wel dat het een dun boekje is, op een avond uit. Niet slecht, maar al heel wat beters gelezen – van hem, en in het genre.

De verloren dagboeken van Adrian Mole (Sue Townsend): tweede jaar op rij dat Griet iets van Adrian Mole mee heeft op vakantie, en opnieuw ook uitgelezen. Het blijven leuke, grappige boeken. Maar vooral de manier waarop de tijdsgeest (en politieke situatie/sfeer) wordt weergegeven, maakt het aangename (vakantie)lectuur.

De Tuin van de Finzi-Contini’s (Giorgio Bassani): Nog eens een van de top 100 must reads die paar zomers geleden in De Standaard stond. Volledig terecht: heel mooi verhaal tegen de achtergrond van het opkomend fascisme, net voor de tweede wereldoorlog in ItaliĆ«

Gimmick! (Joost Zwagerman): van diezelfde lijst, maar ik vind er weinig aan. Drugs en een kunstenaarsmilieu: het zal wel een waarheidsgetrouwe weergave zijn van de kunstscene in de jaren tachtig in Nederland (en Europa), maar het kan me maar matig boeien.

Tirza (Arnon Grunberg): de zakelijke, bijna afstandelijk/nuchtere stijl van Grunberg bevalt me wel, en dit boek op zich ook. Ergens heb ik wel het gevoel dat het verhaal (of het hoofdpersonage) nogal wat parallellen vertoont met ‘het aapje dat geluk pakt’ van dezelfde schrijver (jaren geleden gelezen), en daardoor had ik op de een of andere manier het gevoel op mijn honger te blijven zitten. Maar wel een redelijk boek.

De eenzaamheid der priemgetallen (Paolo Giordiano): samen met de andere twee italiaanse auteurs duidelijk het beste uit de lijst. Veel hoef ik er niet over te vertellen (de plot laat zich niet zo makkelijk samenvatten), het is uitgebreid bejubeld in de pers. Terecht, voor mijn part.

De gele rivier is bevrozen (Leo Pleysier): meegenomen omdat de naam van de auteur mij vaag iets zei, maar wel een succes. Redelijk dun boekje, snel uit, maar iets dat bij mij in de smaak valt: je ziet het hoofdpersonage opgroeien, in een evoluerende maatschappij tegen de achtergrond van een tante nonneke dat missiewerk verricht.

Nog twee waar ik aan bezig ben:
– Menens (Marc Reugebrink): net als laatste boek, meegenomen omdat de auteur mij iets zei. Beetje afwachten waar het naartoe gaat, maar het lijkt er ook op dat het met een specifieke tijdsgeest is (krakersbewegingen & extreem links in jaren 70/80).
– Lord of the flies (William Golding): ooit moeten lezen op school, en aangezien ook op die must read top 100 staat, opnieuw aan begonnen (opnieuw in het Engels dan nog wel).

(originally posted: 18-10-2011 19:42)